Thea van Vliet           NL | ENG


  Werk

  Sculpturen
  Installaties
  Werkperiodes
  Opdrachten

  Info

  C.V.
  Statement
  Exposities
  Cursussen/
  Workshops

  Contact

Projectbeschrijving

Spelen met de elementen

Slow art

Een werkperiode in Gambia, met speciale focus op het werken met rivierklei en andere natuurlijk materialen die in overvloed voorhanden zijn in dit subtropische klimaat. Door Thea van Vliet, beeldend kunstenaar met specialisatie sculpturale keramiek.

Achtergrond Thea van Vliet:

In 1990, tijdens een studiereis door west Afrika, maakte de grote inventiviteit van de Afrikaanse mensen een enorme indruk op mij. Zij hadden niet de beschikking over geld of goed uitgeruste winkels en daarom maakten zij hun eigen prachtige, fantasievolle gereedschap. Ook bezocht ik pottenbakkers die, bij gebrek aan een draaischijf, hun potten en schalen op de glibberige grond naast zich draaiden met de klei uit hun eigen grond. Zij bouwden hun eigen ovens om deze creaties te stoken met het hardhout wat in de omgeving beschikbaar is. Ook hun metaal en textielwerken waren bijzonder inventief en spraken enorm tot mijn verbeelding. Het herinnerde mij aan wat ik voelde toen ik klein was, verbaasd over de automatische wasmachine die nieuw werd afgeleverd bij ons huis. Hoe kon mijn moeder werken met iets waarvan zij niet wist hoe het in elkaar zat? Het was een moment van verbazing dat mij nog steeds inspireert in mijn manier van leven en mijn werk. Na het afronden van de kunstacademie, was het de meest logische stap om dure machines en ovens aan te gaan schaffen om op die manier mijn werkplaats op te zetten. Dat is wat we hier in Nederland doen, eerder dan direct te werken vanuit en met de ongetemde natuur die ons omringt, materialen gebruikend die de natuur ons geeft. Die ongetemde natuur en het gebruiken ervan behoort vrijwel niet meer tot de mogelijkheden in ons land. Ik ben op zoek gegaan naar plaatsen waar ik mijn kleiproducten kon stoken met hout zonder de begrenzing van een bestaande oven met specifieke maten. Waarom zou ik mijn werk aan passen aan de maat van de oven in plaats van de oven aan te passen aan de maat van mijn werk? Ik vond het antwoord in een kleigroeve in BelgiŽ tijdens mijn studie aan de kunstacademie in Breda. Daar ontdekte ik de manier waarop ik met klei wilde werken. Later vond ik een pracht plek om te werken in een oude steenfabriek in BelgiŽ en daar organiseerde ik werkperiodes voor professionele kunstenaars, die monumentale sculpturen van lokale klei maakten, die met hout gestookt werden in ovens gebouwd van de lokale klei of de bakstenen uit de steenfabriek. Het was een fantastisch experiment met een zeer gevarieerd resultaat. De ovens waren ware kunstobjecten op hun eigen manier. Het mooie van klei stoken met hout is dat het proces, de vlammen, zichtbaar worden op het eindresultaat, in de vorm van diverse kleurschakeringen. Het geeft een prachtig resultaat en tevens inzicht in het stookproces. Ik was in de gelegenheid om deze manier van werken door te zetten toen ik werd uitgenodigd om les te gaan geven in Gambia in het werken met natuurlijke materialen. Het uitgangspunt was om Europese cursisten (voornamelijk Nederlandse) en lokale Gambianen hun expertise en vaardigheden te laten uit wisselen. Toen ik in 2014 naar Gambia reisde om de mogelijkheden te onderzoeken werd het mij overduidelijk dat de overdadige natuur, met flora die zoveel harder groeit en zo fascinerend is in vorm en kleur, ontelbare mogelijkheden boden. Ook daar onderzocht ik de locale klei en bouwde een oven van de lokale zandblokken die gebruikt worden in de bouw aldaar. Ik werd geÔnspireerd om te tekenen en leerde er hoe kleine en grote voorwerpen te weven van palmbladeren. Sommige van deze vormen dienden als mallen voor de kleiobjecten. Ik stookte ze tot 800 graden in deze zelfgemaakte oven met het hout uit de omgeving en palmtakken. In 2016 en 2017 gaf ik mijn eerste workshops, die plaats vonden op Soforal lodge (see www.soforal.nl en www.theavanvliet.nl) . Deelnemers werden gevraagd zo min mogelijk materiaal en gereedschap mee te nemen om op deze manier zo ontvankelijk mogelijk te zijn voor de mogelijkheden van daar. Naast het maken van individuele werkstukken van klei die we in onze eigengebouwde ovens stookten, bouwden we ook gezamenlijke installaties van mangrove takken en zandblokken die we stapelden en beeldhouwden. Na deze workshops besloot ik langer in Gambia te blijven alleen verder de bossen in te trekken, gewapend met slechts mijn schetsboek, potloden en een fototoestel. Ik wilde geÔnspireerd worden door wat ik tegen zou komen. Ik vond een oase van rust in een klein dorp, Tumani Tenda geheten, met een eigen ecolodge . Ik was daar al eens geweest met een groep cursisten en daar maakten wij de installatie van mangrovetakken. Een gewoon wandelingetje langs de rivier de Gambia deden talloze ideeŽn ontstaan. De eerste ochtend ging ik op weg met papier en potlood , op zoek naar een plekje in de schaduw, om een beeldschoon stuk wrakhout te tekenen. Ik ontdekte dat de subtropische zon zo sterk was sterk was, de schaduwen zo krachtig op mijn helder witte papier, dat het haast onmogelijk was om te zien wat ik tekende. De schaduwen bewogen in de wind. Verbazingwekkende vormen leken zichzelf te tekenen, letterlijk maar toch ook weer niet. Alles wat ik moest doen was de schaduwlijnen te volgen, de schaduwen te in te vullen en later wat accenten toe te voegen. Dit was zo duidelijk verbonden met wat ik altijd zoek in mijn werk, het zo direct mogelijk werken met mijn materialen: te proberen het abstracte te visualiseren. Tijdens mijn wandelingen langs de rivier, kwam ik langs veel dode bomen, sommige van deze tropische hardhout bomen waren honderden jaren oud. Sommigen waren verbrand. De adembenemende vormen die zij achter lieten gaven mij het idee om deze boomstronken te vereren met een keramische pot, een waterdrager voor de aloude watertransporteurs. Ik maakte ze van de klei waar ik op stond, en stookten ze in een oven die ik samen met de lokale Gambianen daar bouwde. Dit was voort hen aanleiding om (onder mijn begeleiding) voor het eerst hun kookpotten te gaan maken, wat zij later uitbreiden met kleine sculptuurtjes. Houtskool is de meest voor de handliggende brandstof hier, en wij brachten de oven langzaam op temperatuur door het gebruik van houtskool waarbij we later over gingen op het stoken met hout tot we de vereiste temperatuur van 800 graden bereikten. Na de stook bracht ik mijn keramische vorm terug naar de boomstam om hem daar als eerbetoon te installeren. In juni 2017 werkte ik op dezelfde manier tijdens ĎKunstschouwí in de provincie Zeeland, waar ik ook mijn werk exposeerde, gemaakt bij de steenfabriek in BelgiŽ. Hier gebruikte ik de Zeeuwse klei om de oven te bouwen. Ik creŽerde afdrukken van het Zeeuwse landschap en de regionale flora op een manier zoals de Zeeuwse eilanden gezamenlijk een geheel vormen. Zo worden deze afdrukken in brokstukken samengebracht n een paneel refererend aan Zeeland.

Thea van Vliet